Inspectieteams kledingateliers maken overuren na ramp

Source: fd.nl

Bangladesh belooft veiligheid van kledingfabrieken te verbeteren

De 28-jarige Azmeri weet niet of ze moet treuren of juist blij moet zijn. De kledingfabriek, waar ze tot voor kort T-shirts naaide, is onlangs gesloten. De eigenaar kon niet garant staan voor de veiligheid van zijn pand. Ze werkt nu niet meer in een gebouw dat elk moment kan instorten of in brand kan vliegen, maar haar inkomen is ze plotseling kwijt. Dat Azmeri op straat kwam te staan, is een gevolg van ‘Rana Plaza’, de kledingfabriek die op 24 april als een kaartenhuis in elkaar stortte. Ruim 1100 mensen verloren daarbij het leven, dubbel zoveel mensen raakten gewond. In allerijl is Bangladesh begonnen met het uitvoeren van veiligheidsinspecties. ‘Normaal krijgen we per maand vijf of zes verzoeken om een pand te controleren. In mei waren dat er tweehonderd’, vertelt Mujibur Rahman, hoofd van de afdeling civiele techniek van de Bangladesh University of Engineering and Technology (BUET) De vijftien inspectieteams van BUET hebben tot nu meer dan honderd gebouwen gecheckt. Hoeveel kledingfabrieken er precies zijn, weet niemand. Rahman houdt het op 2000. Een deel daarvan zit in panden die provisorisch tot fabriek zijn omgebouwd. Ze zijn ongeschikt om de zware machines te dragen. Hij schat dat drie vijfde van de gebouwen niet aan de veiligheidseisen voldoet. ‘Maar dat betekent niet direct dat ze op instorten staan’, aldus Rahman. Sinds het ongeluk is iedereen die te maken heeft met de kledingindustrie in Bangladesh op zijn hoede. Op stellig aanraden van de Bangladesh Garment Manufacturers and Exporters Association (Bgmea), de machtige werkgeversbond, weren de meeste kledingfabrikanten pottenkijkers, doodsbang dat slechte publiciteit ze orders kan kosten. De sector is goed voor bijna 80% van de export van Bangladesh en neemt met een omvang van ruim € 15 mrd 17% van het bnp van het land voor zijn rekening. De meeste kleding gaat naar Europa (59%) en de Verenigde Staten (26%). Wie een T-shirt aantrekt van prijsstunters zoals Wibra of Primark, kan er haast zeker van zijn: op het label staat ‘Made in Bangladesh’, waar de lonen voor textielarbeiders veruit het laagst zijn. Nu het stof van Rana Plaza is neergedaald, woedt de discussie over de verantwoordelijkheid volop. De militante vakbonden van Bangladesh wijzen naar de kledingfabrikanten, die hun werknemers afbeulen voor een zeer schamel basissalaris. De fabrikanten klagen over de westerse kledingmerken, die weigeren een fatsoenlijke prijs te betalen en snelle levering van mega-orders eisen. Ook de overheid is kop-van-jut. ‘Onze regering doet weinig om de kledingindustrie te bevorderen. En dat heeft gevolgen voor ondernemers en voor de veiligheid van werknemers’, schampert Khasrul Alam Khan, een textielfabrikant die broeken maakt voor WE en H&M. Vakbonden zijn sceptisch omdat na eerdere dodelijke ongelukken, zoals de het instorten van de kledingfabriek Spectrum in 2005 en de brand in de Tazreen-fabriek in 2012, er weinig veranderde. ‘Al lijkt het deze keer menens’, zegt Amirul Haque Amin, leider van de National Garment Workers Federation, een vakbond. ‘De overheid kan er nu echt niet meer omheen om de werkomstandigheden in de textielbranche te verbeteren.’ Ondanks het zwartepieten is iedereen het erover eens dat Bangladesh zijn lucratieve industrie moet behouden. En dus regent het mooie plannen. Het land ontvangt de ene buitenlandse delegatie na de andere voor overleg met betrokkenen. Het parlement stemde onlangs voor een wet die de veiligheid in fabrieken moet verbeteren. Een speciale overheidscommissie buigt zich over de loonstructuur. Ook bij fabrikanten lijkt de boodschap dit keer aangekomen te zijn. Wie uitkijkt over de daken van Dhaka, ziet haastig afgebroken bovenverdiepingen. Veel kledingfabrieken huizen in illegale aanbouw. Dat gold ook voor Rana Plaza. De hervormingsdrift wordt mede aangejaagd door de dreigende toon die de EU en de VS aanslaan. De kleding­industrie in Bangladesh groeide dankzij de lage importtarieven. Zowel de regering-Obama als de Europese Commissie dreigt de voorkeursbehandeling op te schorten als Bangladesh de misstanden niet snel aanpakt. Toch zijn er ook tekenen zichtbaar dat de kledingindustrie haar oude ritme hervat. Bij een rondgang langs de fabrieken die volgens Bgmea gesloten zouden zijn, trof het FD meerdere werkplaatsen die volop in bedrijf waren. De bedrijfsleiders vertelden dat ze tot november de tijd hebben om een grondige technische inspectie te laten uitvoeren. Op de internationale kledingmarkt heeft de ramp met Rana Plaza weinig rimpelingen veroorzaakt. In mei steeg de kledingexport vanuit Bangladesh met bijna 12%. Naaister Azmeri, ondertussen, wacht nog op uitbetaling van achterstallig loon. Tot die tijd vult ze haar dagen met vrijwilligerswerk voor de vakbond waar ze lid van is. ‘Ik hoop snel werk te vinden een nieuwe fabriek’, zegt ze.

Terug