Brussel loopt jaarlijks € 500 mln mis aan importheffingen door fraude en fouten

Source: fd.nl

Onderzoek signaleert grote verschillen tussen lidstaten bij inning importheffing

Door fraude en slordigheden loopt de Europese Unie jaarlijks tegen de € 500 mln mis op importheffingen. De gemiste inkomsten bedragen mogelijk zelfs het dubbele: € 1 mrd. Dat blijkt uit onderzoek van Hans Davids, een Nederlander die jaren bij de afdeling fraudebestrijding Olaf van de Europese Commissie werkte. De lidstaten van de EU heffen jaarlijks rond € 22 mrd op de import van goederen van buiten de unie. Het is een substantieel onderdeel van de Europese begroting, van circa € 150 mrd per jaar.Nederland scoort heel matig bij het innen van de importheffing. Davids deed het onderzoek in opdracht van het Europees Parlement, dat al langer gealarmeerd was over de uiteenlopende prestaties van de lidstaten bij het innen van importheffingen. Het Europarlement was niet tevreden over de jaarlijkse rapportages van de Europese Commissie en van de Europese Rekenkamer. ‘De Europese Commissie en de Rekenkamer kijken ad hoc, naar één jaar’, zegt Davids. ‘De commissie zegt bovendien altijd dat lidstaten te veel verschillen om een goede vergelijking te kunnen maken. Bijvoorbeeld Griekenland met een lange zeegrens versus Hongarije dat niet aan een zee grenst. Ik heb daarom gezocht naar een element waarop je wel een vergelijking kunt maken. Bovendien heb ik naar een periode van zes jaar gekeken — van 2006 tot en met 2011 — en naar alle vijf stappen van het douaneproces die in alle lidstaten moeten worden gezet. Zo kan ik wel een eerlijke vergelijking maken.’ Davids was eerder in Nederland lange tijd nationaal coördinator fraudebestrijding bij de douane. De vijf stappen betreffen de ­douanecontrole, het vaststellen van onregelmatigheden, het heffen van de vordering (die uit de onregelmatigheid voortvloeit), het innen van die vordering en het overdragen van de geïnde gelden aan Brussel. Nederland scoort vooral slecht in fase één, de douanecontrole, en dat werkt door in alle volgende fases. Door minder of minder effectieve controles te doen, is in de onderzochte jaren het bedrag van geconstateerde onregelmatigheden ieder jaar gedaald. ‘Ik kan niet uitsluiten dat er gewoon minder te melden is, maar het is toch een verontrustend signaal’, zegt Davids. ‘Nederland is namelijk het enige land waarin zes jaar achtereen het opgespoorde bedrag aan onregelmatigheden daalt.’ Vooral via de in- en doorvoer in Rotterdam heft Nederland jaarlijks tussen de € 2 mrd en € 2,5 mrd voor Brussel, waarmee het in de top 3 staat. Als Nederland net zo goed zou presteren als de beste lidstaat, had het volgens Davids over de onderzoeksperiode € 160 mln meer kunnen afgedragen aan Brussel. Naar de achterliggende oorzaken voor de teruggang van Nederland heeft Davids niet gezocht. Hongarije, Litouwen en Duitsland scoren erg goed in het model van Davids. Griekenland sluit als slechtst presterende lidstaat de ranglijst, net onder België en Italië. In het model van Davids presteert de beste lidstaat twintig keer beter bij de inning van importheffing dan de slechtste. Om te voorkomen dat hij wordt afgerekend op de uitschieters, heeft Davids winnaar Hongarije en verliezer Griekenland in zijn berekeningen buiten beschouwing gelaten, maar dan nog komt hij op een prestatieverschil tussen de lidstaten van een factor tien. Als Brussel jaarlijks € 0,5 mrd tot € 1 mrd misloopt, moeten de lidstaten dat tekort aanvullen. Dat is vooral zuur voor Duitsland, dat op basis van zijn hoge bruto natinonaal inkomen relatief veel aan de EU bijdraagt, terwijl het zelf goed presteert bij de inning van importheffingen. Davids heeft het Europarlement aanbevolen de vergoeding voor het innen van de importheffingen terug te draaien in landen waar de inning moeizaam verloopt. Die vergoeding bedraagt nu 25% van het geïnde geld. Verder noemt hij het opmerkelijk dat slechts elf landen (waaronder Nederland) bij tijd en wijlen oninbare schulden aan Brussel melden. ‘De andere zestien lidstaten doen dat niet uit angst aansprakelijk te worden gesteld’, zegt Davids. Opvallend genoeg lijken de zestien hier in Brussel mee weg te komen. Omdat de verschillen volgens Davids zitten in de nationale systemen, in ambtenaren, computers en het management, vreest hij dat Europa nog veel meer geld misloopt, maar dan aan de uitgavenkant. Bij zijn onderzoek naar de importheffingen was deze constatering een soort bijvangst, die hij graag nader wil onderzoeken. Het zou gaan een onderzoek naar ongeveer € 100 mrd Europees geld dat de lidstaten jaarlijks namens de EU uitgeven. Davids schat dat jaarlijks € 15 mrd van deze € 100 mrd zou moeten terugvloeien naar Brussel dit echter alleen als alles rechtmatig zou verlopen.

Terug